Onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het college berust het dagelijks beheer van de ambtelijke organisatie, met uitzondering van de griffie, bij de algemeen directeur/secretaris.
De algemeen directeur/secretaris draagt als hoofd van de ambtelijke organisatie in het bijzonder zorg voor:
De ondersteuning van het college door:
het college te informeren en adviseren bij de uitvoering van taken
erop toe te zien dat het bestuur tijdig, volledige en correcte informatie en adviezen
krijgt
de eindverantwoordelijkheid te dragen voor de verslaglegging van de vergaderingen
het bevorderen van een goede ambtelijke ondersteuning van het college
het sturen en bewaken van procedures en afspraken tussen bestuur en ambtelijke
organisatie
het verstrekken van integrale en besluitrijpe voorstellen aan het college
het nemen van initiatief tot het ontwikkelen, evalueren en bijstellen van de lange
termijnvisie, doelen en strategie van de gemeente.
Het aansturen van het ambtelijk apparaat door:
het geven van directe leiding aan de teammanagers
de eindverantwoordelijkheid te dragen voor werving en selectie, beoordeling,
ontwikkeling en ontslag van medewerkers met toepassing van de CAR/UWO
het creëren van een goede afstemming tussen de beleidsvelden onderling en tussen
de (meerjaren)beleidsplanning en het (meerjaren)middelenbeleid
het nemen van initiatief tot het ontwikkelen, evalueren en bijstellen van de lange
termijnvisie, doelen en de strategie met betrekking tot bedrijfsvoering en organisatiestructuur
het realiseren van managementdoelstellingen. De algemeen directeur/secretaris is
daarbij de voorzitter van het managementteam
het dragen van de eindverantwoordelijkheid voor het opzetten en in stand houden van
de financiële organisatie.
Het uitoefenen van zijn taak als WOR-bestuurder op grond van de Wet op de Ondernemings-raden (WOR).
Het bouwen en onderhouden van een (regionaal) relatienetwerk op bestuurlijk- en ambtelijk niveau.
De algemeen directeur/secretaris wordt bij afwezigheid volledig vervangen door de loco-secretaris. De vervanging wordt periodiek wisselend toegekend aan een van de teammanagers en wordt met een collegebesluit vastgelegd.
Aan de algemeen directeur/secretaris is het mandaat verleend om teammanagers te benoemen, te schorsen en te ontslaan.
Aan de algemeen directeur/secretaris is het mandaat verleend om medewerkers te schorsen en te ontslaan.
Aan de algemeen directeur/secretaris is het mandaat verleend om te besluiten tot tijdelijke vervanging van medewerkers, nadat het managementteam hierover heeft geadviseerd.
De algemeen directeur/secretaris vervangt een teammanager bij afwezigheid of wijst hier van te voren een ander teammanager voor aan.
Hoofdstuk
Artikel 7