De gemeente zal periodiek steekproeven doen bij een aantal lopende pgb’s om de rechtmatigheid en doelmatigheid te toetsen. De gemeente gaat in gesprek met de aanvrager over de behaalde resultaten met het pgb zoals opgesteld in het ondersteuningsplan. In het ondersteuningsplan wordt opgenomen binnen welke termijn(en) de evaluatie plaatsvindt. Tevens wordt een evaluatie gedaan op de daaraan verbonden voorwaarden, waaronder de vraag of de ingekochte ondersteuning aan de kwaliteitseisen voldoet. Tijdens de evaluatie wordt bekeken of een heroverweging noodzakelijk is door te kijken naar passendheid (sluit de pgb ondersteuning aan op de behoefte) en rechtmatigheid (tegengaan van fraude en oneigenlijk gebruik). Waar noodzakelijk worden het ondersteuningsplan bijgesteld aan de nieuwe situatie en/of opnieuw vastgesteld welke specialistische hulp nodig is om de actuele ondersteuningsvraag te beantwoorden.
In een steekproef kunnen daarnaast jaarlijks een aantal dossiers worden onderworpen aan een intensieve controle. U moet hieraan meewerken en alle gevraagde stukken indienen bij de gemeente Oirschot. Het niet of niet volledig indienen van gevraagde stukken kan leiden tot geheel of gedeeltelijke terugvordering.
De toekenning eindigt wanneer:
de aanvrager verhuist naar een andere gemeente, waarbij wordt gestreefd naar een warme overdracht;
de aanvrager overlijdt;
als de indicatieperiode of geldigheidsduur is verstreken;
als de aanvrager aangeeft dat zijn situatie is veranderd en (de gemeente) vaststelt dat de voorziening niet meer voldoet;
de aanvrager geen verantwoording aflegt;
de aanvrager zijn PGB laat omzetten in ZIN.
In de beschikking wordt vermeld wat de omvang van het persoonsgebonden budget is en voor welk tijdvak het persoonsgebonden budget bedoeld is. Om volstrekt duidelijk te laten zijn wat met het persoonsgebonden budget dient te worden aangeschaft en meer precies: aan welke kwaliteitseisen de individuele voorziening moet voldoen. Tevens vermeldt het college op welke wijze het persoonsgebonden budget moet worden verantwoord.
Hoofdstuk
Artikel 9.