De budgethouders (art. 3, lid 1) kunnen schriftelijk zelfstandig bevoegdheden en taken en budgetten aangaande de hun toegekende budgetten mandateren aan de onder hen functionerende budgetbeheerders, zulks onder de nader vastgestelde richtlijnen binnen deze regeling.
Vastlegging van de genoemde aanwijzing als budgetbeheerder wordt gedaan op de handtekeningenkaart.