1.
Het afleggen van verantwoording over de realisatie van de budgetten en de daarin opgenomen taakstellingen vindt plaats door middel van schriftelijke rapportages conform de in de planning- en controlcyclus vastgelegde documenten en tijdstippen (begroting, rapportages en jaarrekening). De rapportage geschiedt aan het naast hogere hiërarchische niveau.
Voor zover vooraf overeengekomen kunnen voor specifieke budgetten andere rapportagemomenten gelden, zulks onder de nader vastgestelde richtlijnen binnen deze regeling.
2.
Er dient tussentijds gerapporteerd te worden indien er duidelijke aanwijzingen zijn dat budgetten in financiële zin (zullen) worden overschreden dan wel dat de afgesproken prestaties en normen geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden gerealiseerd.
In dat geval is de budgethouder verantwoordelijk voor het (laten) opstellen van de betreffende rapportage evenals eventuele begrotingswijzigingen en/of budgetoverhevelingen.