Wettelijk kader artikel 4, negende lid van Bijlage II Besluit omgevingsrecht:
Burgemeester en wethouders kunnen omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bestemmingsplan ten behoeve van het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen.
Specifieke beleidsregels:
Artikel 12, lid 1: Wijzigen voor beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten:
Voor de uitoefening van zowel beroeps- als bedrijfsmatige activiteiten in een woning en/of bij deze woning behorende bouwwerken, is in de vigerende bestemmingsplannen voor zowel de bebouwde kommen als het buitengebied een afdoende regeling opgenomen. Om te voorkomen dat de beroeps- of de bedrijfsmatige activiteiten een te grootschalig karakter krijgen en ten koste gaan van de woonfunctie, wordt met uitzondering van de onderstaande bepaling vastgehouden aan de betreffende regeling.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor de uitoefening van een bedrijfsmatige activiteit in de vorm van het knippen van mensen in de woning en/of bijgebouwen, met dien verstande dat:
de betreffende woning in overwegende mate geschikt dient te blijven voor gebruik als woning overeenkomstig de bestemming;
bedoeld gebruik geen onevenredige hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt, dit betekent onder meer dat:
in principe geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid die onder de werking van de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving valt, tenzij het desbetreffende gebruik door middel van het stellen van voorwaarden verantwoord is;
vast dient te staan dat het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden, in die zin dat het knippen alleen mag geschieden door de bewoonster/bewoner van de betreffende woning en niet door in dienst genomen personeel;
het gebruik naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn;
het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw uitvoert, tevens de gebruiker van de woning is;
het niet betreft een zodanige verkeersaantrekkende activiteit die kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten;
geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop in het klein in verband met de bedrijfsmatige activiteit;
ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten mag maximaal 40% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw inclusief bijgebouwen in gebruik zijn, met een maximum van:
45 m² bij bouwpercelen tot 250 m²;
60 m² bij bouwpercelen van 250 tot 750 m²;
75 m² bij bouwpercelen groter dan 750 m²;
er geen vanaf het openbaar gebied zichtbare reclame-uitingen worden aangebracht, tenzij het een reclame-uiting betreft die voldoet aan het bepaalde in de Algemene Plaatselijke Verordening en die niet is aan te merken als een bouwwerk.
Artikel 12, lid 2: Bed & breakfast:
Een bed & breakfast in een hoofdgebouw dan wel bijbehorende bouwwerken binnen de bebouwde kom kan, met uitzondering van panden die de bestemming ‘bedrijf’ of ‘bedrijventerrein’ hebben, worden toegestaan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de uitvoering van bed & breakfast vindt plaats ondergeschikt aan de woonfunctie, wat inhoudt dat de woonfunctie als hoofdactiviteit als zodanig aanwezig is en herkenbaar blijft;
de kamers mogen niet als zelfstandige wooneenheid functioneren;
het gebruik is recreatief, met dien verstande dat permanente bewoning niet is toegestaan;
het is niet toegestaan de bed & breakfast te gebruiken voor het huisvesten van arbeiders voor tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen;
er mogen maximaal 2 kamers voor maximaal 5 personen (gasten) worden gebruikt voor de bed & breakfastvoorziening;
de oppervlakte per kamer mag maximaal 30 m² bedragen;
de bed & breakfast mag niet meer bedragen dan 30% van het binnenwerks vloeroppervlak van hoofdgebouwen en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken, tot een maximum van 50 m2 en zoals beschreven onder e en f;
er mogen geen andere horeca-activiteiten plaatsvinden dan het verstrekken van logies en ontbijt;
er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende bedrijven;
de activiteiten moeten infrastructureel goed inpasbaar zijn en geen onevenredige toename van de verkeersbelasting tot gevolg hebben;
er mag geen extra (separate) inrit worden aangelegd;
het parkeren moet op eigen terrein plaatsvinden in overeenstemming met de parkeernormen zoals deze voor bed & breakfastlocaties zijn opgenomen in de CROW. Voor het parkeren op eigen terrein kan een uitzondering worden gemaakt indien in de directe nabijheid voldoende parkeergelegenheid aanwezig is of indien op basis van een parkeerbalans aangetoond wordt dat op grond van ongelijktijdige behoefte voldoende parkeergelegenheid aanwezig is;
indien er reeds een aan huis gebonden beroep of een aan huis gebonden bedrijf op het perceel gevestigd is, moet de oppervlakte van het aan huis gebonden beroep of het aan huis gebonden bedrijf worden meegenomen bij de berekening of niet meer dan 30% van binnenwerks vloeroppervlak van hoofdgebouwen wordt gebruikt ten behoeve van een bed & breakfast.
in die situaties of omstandigheden waarin de bovenomschreven regeling niet voorziet moet worden teruggegrepen op het bed en breakfastreglement van 18 januari 2012 en de aanvullingen hierop.
Artikel 12, lid 3: Overige gevallen:
Nieuw te vestigen detailhandel is niet toegestaan. Ook nieuwe woningen worden niet toegestaan, tenzij deze ontwikkeling past binnen het woningbouwprogramma en/of de Nota open plekkenbeleid. Voor alle overige gevallen wordt per geval bekeken of aan deze mogelijkheid toepassing wordt gegeven.
Artikel 12, lid 4: Toegestane bouwactiviteiten:
Voor de verwezenlijking van het beoogde gebruik zijn soms bouwactiviteiten nodig. Deze zijn toegestaan, mits de bebouwde oppervlakte en/of het bouwvolume niet worden vergroot.
Artikel 12, lid 5: Aansluitend terrein:
Aan een wijzigingen van het gebruik voor het aansluitend terrein wordt medewerking verleend, mits deze gebruikswijziging ten behoeve is van de inpandige gebruikswijziging. Een voorbeeld hiervan is het creëren van parkeergelegenheid.
Artikel 12:
Wijzigen gebruik van bouwwerken
Onderdeel van Beleidsregels planologische kruimelgevallen gemeente Laarbeek