Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 40

Schriftelijke vragen

Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2018

1.. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd en gericht aan het college of de burgemeester. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Schriftelijke vragen worden schriftelijk beantwoord. 2.. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht. 3.. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college dan wel de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 4.. De beantwoording van het schriftelijke antwoord geschiedt door het college dan wel de burgemeester. 5.. Schriftelijke antwoorden worden door tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad toegezonden. 6.. Schriftelijke antwoorden worden op de Lijst van ingekomen stukken geplaatst. 7.. De vragensteller kan, naar aanleiding van de plaatsing op de Lijst van ingekomen stukken, nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord.

Rechtspraak bij dit artikel