**1..** Voorafgaand aan zijn benoeming maakt het presidium een aanbeveling van één persoon voor de raad.
**2..** De griffier legt, in de vergadering van de raad, in handen van de voorzitter, de volgende eed/ verklaring en belofte af:
“Ik zweer/verklaar dat ik, om tot griffier benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
Ik zweer/verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.
Ik zweer/beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn taak als griffier naar eer en geweten zal vervullen.
Zo waarlijk helpe mij God almachtig!”/ “Dat verklaar en beloof ik!”
**3..** Afwijking van de slotzin van de eed, zoals genoemd in het eerste lid, is mogelijk als de griffier aan zijn godsdienstige gezindheid de plicht ontleent een andere handelswijze te volgen.
Hoofdstuk 3
Artikel 8
De griffier
Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2018