Naar hoofdinhoud

Artikel 15.

Intrekken van de omgevingsvergunning

Onderdeel van Erfgoedverordening 2018 gemeente Midden-Groningen

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 14, eerste lid kan door het college worden ingetrokken indien: de vergunninghouder daar om heeft verzocht; blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften die zijn verbonden aan de vergunning niet naleeft; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen; binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de vergunning geen begin met de werkzaamheden is gemaakt; tussen het begin en het einde van de werkzaamheden deze werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van 26 weken stilliggen; voor zover veranderde omstandigheden of feiten met betrekking tot de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van die activiteit verzetten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel