Het college kan een vergunning als bedoeld in artikel 23 intrekken indien:
de vergunninghouder daar om heeft verzocht;
blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften die zijn verbonden aan de vergunning niet naleeft;
de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen;
binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de vergunning geen begin met de werkzaamheden is gemaakt;
tussen het begin en het einde van de werkzaamheden deze werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van 26 weken stilliggen.
Artikel 25.
Intrekken van de vergunning archeologisch verwachtingsgebied
Onderdeel van Erfgoedverordening 2018 gemeente Midden-Groningen