De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie:
2:1, tweede lid;
6:6, wat betreft het de indiener stellen van een termijn;
7:4, tweede lid;
7:6, vierde lid.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2
Artikel 8