Het algemeen bestuur bestaat uit leden, die per deelnemende gemeente door het college uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen, worden aangewezen.
Het college van elk der deelnemende gemeente wijst uit zijn midden 2 personen en een plaatsvervanger aan als lid van het AB. Daarnaast wijst ieder college uit zijn midden nog 1 persoon voor het AB aan, indien het aantal Wsw-werknemers uit zijn gemeente op 1 januari van het komende jaar minimaal 150 bedraagt en het aantal geprognotiseerde trajecten (met betrekking tot uitvoering van artikel 4 lid 2) minimaal 50 bedraagt. Daarnaast wijst ieder college uit zijn midden nog 2 personen aan voor het AB, indien het aantal Wsw-werknemers uit zijn gemeente 400 of meer bedraagt en het aantal trajecten 150 of meer bedraagt.
Het college van elk der deelnemende gemeente kan te allen tijde hun aanwijzingen wijzigen. Van elke aanwijzing wordt door de colleges van Burgemeester en Wethouders onverwijld mededeling gedaan aan het algemeen bestuur.
Geen algemeen bestuurslid of plaatsvervangend algemeen bestuurslid kunnen zijn:
ambtenaren in dienst van het Openbaar Lichaam.
werknemers die een dienstverband in het kader van de Wet sociale werkvoorziening hebben en in dienst zijn van het Openbaar Lichaam.
werknemers in dienst van het Openbaar Lichaam, die vallen onder een andere arbeidsvoorwaardenregeling dan onder a en b benoemd.
Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan.
Hoofdstuk
Artikel 6:
Algemeen Bestuur
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling betreffende Werk in Uitvoering