**1..** Het college verleent uitstel van betaling van de hoofdsom ineens als haar ambtshalve of op basis van een gemotiveerd verzoek van belanghebbende duidelijk is dat belanghebbende geen mogelijkheid heeft om binnen de gestelde betalingstermijn tot volledige aflossing van de vordering over te gaan.
**2..** Voor zover belanghebbende beschikt over aflossingscapaciteit verbindt het college aan het verleende uitstel de voorwaarde dat belanghebbende deze aflossingscapaciteit aanwendt ter aflossing van de openstaande schuld.
**3..** Onverminderd het bepaalde in het tweede lid verbindt het college, indien het een fraudevordering betreft die voor 1 januari 2013 is ontstaan, aan de verlening van (verder) uitstel de extra voorwaarde dat belanghebbende, als hij over vermogen beschikt of komt te beschikken, dit vermogen - voor zover dit meer bedraagt dan de voor hem geldende bijstandsnorm - aanwendt ter aflossing van de openstaande schuld.
**4..** Bij de vaststelling of belanghebbende over vermogen beschikt als bedoeld in het derde lid:
worden de vorderingen die het gevolg zijn van te veel ontvangen uitkering buiten beschouwing gelaten; en
is het bepaalde in artikel 34, tweede lid, onder a en d van de Participatiewet van overeenkomstige toepassing.
**5..** Het uitstel wordt ingetrokken als de belanghebbende de nader overeengekomen aflossing niet nakomt.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 12.
Uitstel van betaling
Onderdeel van Beleidsregels Terug- en invordering Participatiewet, IOAW, IOAZ gemeente Leusden 2018