Er mag geen concentratie van de huisvestingsvoorzieningen voor arbeidsmigranten in een straat of wijk ontstaan. Voorzieningen, waar deze beleidsregel op van toepassing is, dienen kleinschalig te blijven. Het uitgangspunt is maximaal 20 bedden. Voor aanvragen van grotere capaciteit blijft aparte toetsing nodig.
In bijzondere gevallen, ter bestrijding van leegstand van kantoorpanden, maatschappelijk vastgoed, bedrijfsgebouwen e.d. mag de voorziening groter zijn. Deze locaties komen niet zonder meer in aanmerking voor huisvesting voor arbeidsmigranten, maar worden afzonderlijk getoetst op ruimtelijke en maatschappelijke wenselijkheid. Het kan zijn dat hergebruik van leegstaand vastgoed voor bedoelde huisvesting bijdraagt aan een zekere sociale controle, levendigheid en waarmee verloedering wordt tegen gegaan.
Artikel 3
Omvang en bijdrage aan de bestrijding van leegstand van panden
Onderdeel van Ruimtelijke randvoorwaarden huisvesting Eu-arbeidsmigranten