Als een inhoudelijke bevoegdheid is gemandateerd aan een afdelings- of bedrijfshoofd of de directeur van het Facilitair Bedrijf, wordt deze bij diens afwezigheid uitgeoefend door de door het afdelings- of bedrijfshoofd of de directeur van het Facilitair Bedrijf aangewezen plaatsvervanger binnen de afdeling.
Als een personele- of organisatorische bevoegdheid is gemandateerd aan een afdelings- of bedrijfshoofd of de directeur van het Facilitair Bedrijf, wordt deze bij diens afwezigheid uitgevoerd door het in het bij dit besluit gevoegde "Overzicht horizontale plaatsvervanging" genoemde afdelings- of bedrijfshoofd of directeur van het Facilitair Bedrijf.
Als een bevoegdheid, anders dan een personele bevoegdheid ten aanzien van de leden van de directie, is gemandateerd aan de secretaris, wordt deze bij diens afwezigheid uitgevoerd door de loco-secretaris.