1. Aan het Dagelijks bestuur is opgedragen:
a. het voorbereiden van al hetgeen aan het Algemeen bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd;
b. het uitvoeren van besluiten van het Algemeen bestuur;
c. het beheer van inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam;
d. de zorg voor de controle op het financieel beheer en de boekhouding;
e. het verrichten van alle privaatrechtelijke handelingen die nodig zijn voor de uitvoering van de opgedragen taken;
f. het binnen de kaders van de door het Algemeen bestuur vastgestelde begroting benoemen c.q. te werk stellen op detacheringsovereenkomst of arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht en het schorsen en ontslaan van personeel in dienst van het openbaar lichaam.;
g. het voorstaan van de belangen van het openbaar lichaam bij andere overheden en instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor het openbaar lichaam van belang is.
2. Het Dagelijks bestuur oefent de in lid 1 genoemde bevoegdheden uit, met uitzondering van:
a. het vaststellen en wijzigen van de begroting;
b. het vaststellen van de jaarrekening.
Hoofdstuk › Paragraaf 2:
Artikel 17.
Artikel 17.
Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING DE WADDENEILANDEN 2018