1. Het Algemeen bestuur kan het ontwerp van een plan voorlopig vaststellen.
2. Het Dagelijks bestuur zendt het ontwerp van een plan aan de deelnemende gemeenten, die hun beschouwingen binnen twee maanden ter kennis van het Algemeen bestuur brengen.
3.
Binnen twee maanden na het verstrijken van de in lid 2 van dit artikel vermelde termijn, beslist het Algemeen bestuur omtrent de vaststelling van het plan.
4. Een plan wordt terstond na de vaststelling door het Algemeen bestuur meegedeeld aan de deelnemende gemeenten en Gedeputeerde Staten.