Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 31.

Artikel 31.

Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING DE WADDENEILANDEN 2018

1. Het college van burgemeesters en wethouders en de burgemeester van één of meer deelnemende gemeenten, die van mening zijn, dat de uitvoering van bepaalde taken, liggende binnen het kader van de terreinen als bedoeld in artikel 3, aan het openbaar lichaam kunnen worden toevertrouwd, wenden zich met een zodanig voorstel tot het Dagelijks bestuur. 2. Het Algemeen bestuur stelt op voorstel van het Dagelijks bestuur het ontwerp van de regeling vast, waarbij de in lid 1 bedoelde taken aan het openbaar Lichaam worden opgedragen. 3. Het Dagelijks bestuur zendt de ontwerp-regeling aan de colleges van de deelnemende gemeenten met het verzoek binnen ten hoogste twee maanden na datum van toezending mede te delen of hiertegen hunnerzijds bedenkingen bestaan. 4. Indien geen bedenkingen zijn ingediend tegen de ontwerp-regeling, stelt het Algemeen bestuur het ontwerp definitief vast. Indien wel bedenkingen zijn ingediend, beslist het Algemeen bestuur bij de definitieve vaststelling of, en in hoeverre, aan deze bezwaren wordt tegemoetgekomen. Dit besluit wordt met redenen omkleed aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten, ter besluitvorming binnen twee maanden na datum van toezending, voorgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel