Naar hoofdinhoud
1.. Het college houdt bij het aanbieden een voorziening rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. 2.. Bij de vaststelling van een voorziening maakt het college gebruik van aangewezen meetinstrumenten om te bepalen tot welke doelgroep de belanghebbende behoort. 3.. Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de IOAW en de IOAZ aan de voorziening nadere verplichtingen verbinden. 4.. Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening een beleidsplan vast waarin wordt vastgelegd welke aanvullende werkzaamheden het college in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingenzijn opgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel