**1..** Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die werkzaamheden:
naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt;
niet zijn bedoeld als re-integratie instrument;
worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de organisatie waarin ze worden verricht; en
niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.
**2..** De tegenprestatie wordt opgedragen voor de maximale duur 6 maanden, voor een minimaal aantal van 8 uur per week.
**3..** Vrijgesteld van de plicht tot tegenprestatie is:
de belanghebbende die op het moment van aanvraag voor een uitkering voor ten minste acht uur per week vrijwilligerswerk verricht, waarvoor toestemming is verkregen van het college;
de belanghebbende die deelneemt aan activiteiten gericht op arbeidsinschakeling;
de belanghebbende die zorgtaken verricht als mantelzorger voor ten minste 8 uur per week. De uren kunnen op basis van individuele omstandigheden lager vastgesteld worden.
**4..** Het college bepaalt op welke wijze dient te worden aangetoond dat sprake is van een vrijstellingsgrond als bedoeld in het voorgaande lid.
**5..** Een uitkeringsgerechtigde kan zelf een voorstel doen voor een tegenprestatie.
Artikel 6.