Elke fractie legt, binnen drie maanden na het einde van een kalenderjaar, aan de raad verantwoording af over de besteding van de bijdrage voor fractieondersteuning.
Deze verantwoording bestaat uit:
Een overzicht met uitgaven conform bijlage 3.
Alle bonnen van de uitgaven voorzien van een (niet handgeschreven geleideformulier in verband met de leesbaarheid) conform bijlage 2.
De accountantsverklaring van het voorgaande jaar.
Alle rekeningafschriften van het afgelopen jaar.
Het overzicht met uitgaven wordt jaarlijks gepubliceerd bij de vast te stellen controleverklaringen.
Controle van het verslag vindt plaats door de accountant, belast met de controle van de jaarrekening. De accountant brengt advies uit aan de raad over de rechtmatigheid van de bestedingen.
De raad stelt na ontvangst van het advies van de accountant de bedragen, c.q. bijdrage vast van:
de uitgaven van een fractie die in het vorige kalenderjaar uit de bijdragebekostigd zijn.
de wijziging van de reserve.
de resterende reserve.
de verrekening tussen de in onderdeel a. genoemde uitgaven en het ontvangen voorschot en, voor zover nodig, de hoogte van de terugvordering van ontvangen voorschotten.
Indien niet aan lid 1 of lid 2 wordt voldaan, wordt de bevoorschotting in de daarop volgende kwartalen bevroren.
In het geval een fractie niet meer vertegenwoordigd is in de gemeenteraad is deze fractie pas gerechtigd om haar bankrekening op te heffen nadat de laatste eindafrekening is afgerond, controle heeft plaatsgevonden en door de raad een besluit is genomen conform lid 4 van dit artikel. De verantwoordelijkheid voor de eindafrekening rust bij het laatste fractielid, c.q. de laatste fractieleden, die hoofdelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de bedragen c.q. bijdrage die de fractie op basis van deze verordening aan de gemeente verschuldigd is.
Hoofdstuk
Artikel 13.
Verantwoording en controle
Onderdeel van Verordening rechtspositie raads-en commissieleden en fractieondersteuning gemeente Maastricht 2018.