Als de belanghebbende, voorafgaand aan of tijdens de uitkering, naar het oordeel van het college tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan of de uit de Participatiewet, het Bbz 2004, de IOAW en de IOAZ voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het zich jegens het college, diens ambtenaren of instanties die zijn belast met de uitvoering van de Participatiewet, IOAW en IOAZ zeer ernstig misdragen, wordt overeenkomstig deze verordening de uitkering verlaagd.
De hoogte van de verlaging wordt gebaseerd op:
de ernst van de gedraging;
de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten; én
de omstandigheden waarin de belanghebbende verkeert.
Hoofdstuk 1
Artikel 2
Het verlagen van de uitkering
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet gemeente Súdwest-Fryslân 2018