Naar hoofdinhoud
1.. Het college stelt aan de adviseur of de adviescommissie alle op de aanvraag betrekking hebbende informatie, alsmede de voor de beoordeling daarvan naar het oordeel van de adviseur of van de adviescommissie noodzakelijke bescheiden ter beschikking. 2.. Het college wijst uit de ambtelijke organisatie één of meer personen aan die de adviseur of adviescommissie bij de uitvoering van de adviesopdracht bijstaat. 3.. De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie organiseert één of meerdere hoorzittingen, waar de aanvrager en de in het tweede lid bedoelde ambtelijke vertegenwoordiger(s) in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag toe te lichten, onderscheidenlijk de voor de advisering over de aanvraag relevante informatie te verschaffen, dan wel een standpunt van de gemeente over de aanvraag aan de adviseur of de adviescommissie kenbaar te maken. Eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet worden eveneens in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken. Van het horen maakt de adviseur een verslag. 4.. De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie bepaalt het tijdstip waarop de adviseur de adviescommissie de situatie ter plaatse zal bezichtigen en nodigt de aanvrager voor de plaatsopneming uit. 5.. Ten behoeve van een taxatie van een bij de aanvraag betrokken onroerende zaak, wordt door de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie met de aanvrager een afspraak gemaakt. 6.. De verslagen van het horen en de plaatsopneming maken onderdeel uit van het advies, alsook in voorkomend geval een beschrijving en taxatie van de onroerende zaak, een planologische vergelijking en in geval van schade een onderbouwing van de hoogte van de geadviseerde tegemoetkoming.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel