Naar hoofdinhoud
1.. Bij het toepassen van een plaatsvervangingsregeling voor budgethouders dient uitgegaan te worden van de volgende voorkeursvolgorde: Horizontale vervanging binnen het niveau van gelijkwaardige budgethouders als eerste keus; Verticale vervanging naar een hoger hiërarchisch niveau van de te vervangen budgethouder als tweede keus; Verticale vervanging naar een lager hiërarchisch niveau als dat onvermijdelijk is. 2.. Als een budgethouder een budgetbeheerder aanwijst als plaatsvervanger, dan kan die budgetbeheerder in die plaatsvervangende rol voor de budgetten van die budgethouder niet tegelijkertijd optreden als budgetbeheerder. 3.. De bepalingen ten aanzien van het budgethouderschap gelden in gelijke mate voor een plaatsvervangend budgethouder. 4.. Een stedelijk directeur kan in zijn rol als bedoeld in artikel 12, 4e en 6e lid alleen een andere stedelijk directeur of de gemeentesecretaris aanwijzen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel