De benoeming van de leden geschiedt door burgemeester en wethouders.
De monumentenraad wijst uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan.
De benoemingen hebben plaats voor en periode van drie jaren. Aansluitende herbenoeming is tweemaal mogelijk.
Het lidmaatschap van het lid, dat in een tussentijdse vacature is benoemd, eindigt op het tijdstip, waarop het lid in wiens plaats hij is benoemd, zou moeten aftreden.
In afwijking van het bepaalde in lid 4 van dit artikel geldt voor een lid, dat in een tussentijdse vacature is benoemd, dat aansluitende herbenoeming driemaal mogelijk is.