Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.4

Inzet overleg en overreding

Onderdeel van Handhavingsbeleid Kinderopvang en Peuterspeelzaalwerk

Vanaf januari 2011 maakt de toezichthouder actief gebruik van overleg en overreding. Het doel van overleg en overreding is om op een informele manier te proberen in een vroeg stadium een overtreding op te lossen. De toezichthouder bepaalt per overtreding (eventueel in overleg met de gemeente) of de inzet van overleg en overreding een oplossing kan bieden. Bij deze overweging wordt de inspectiehistorie meegenomen. Overleg en overreding wordt in principe alleen ingezet wanneer de basis op orde is en er slechts een paar kleine, eenvoudig oplosbare overtredingen geconstateerd zijn. Overleg en overreding wordt ingezet in de periode dat het conceptrapport opgesteld wordt. De toezichthouder spreekt een termijn met houder af waarbinnen de geconstateerde overtredingen opgelost dienen te zijn. Deze termijn is nooit langer dan 4 weken, zodat de toezichthouder conform de wettelijke termijnen het rapport kan afronden. De toezichthouder constateert vervolgens in het conceptrapport of de overtreding daadwerkelijk is verholpen door middel van overleg en overreding. Er wordt expliciet vermeld voor welke overtreding(en) overleg en overreding is toegepast, wat de afspraken waren, welke hersteltermijn er was gegeven en of de afspraken wel of niet binnen de gestelde termijn zijn nagekomen. In het inspectierapport wordt vermeld dat er volgens de toezichthouder verzwarende omstandigheden zijn indien een overtreding na de gegeven hersteltermijn in het kader van overleg en overreding niet is opgelost.

Rechtspraak bij dit artikel