Naar hoofdinhoud
In artikel 3.4 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning zijn weigeringsgronden van aanvraag voor pgb opgenomen. In lid 1 sub a is als weigeringsgrond opgenomen dat het pgb aangevraagd wordt in de vorm van een maatwerkvoorziening die het college in collectieve vorm aanbiedt. Hierbij kan worden gedacht aan aanvullend openbaar vervoer of maatschappelijke opvang. Sub b stelt dat de ondersteuning die de cliënt met het pgb wenst in te kopen naar het oordeel van het college niet of niet in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het beoogde resultaat. Dit sluit aan bij de derde wettelijke voorwaarde waarin wordt gesteld dat de met pgb in te kopen maatwerkvoorziening doeltreffend en cliëntgericht wordt verstrekt. Sub c 10 en d houden verband met de eerste wettelijke voorwaarde, in staat zijn de eigen belangen te waarderen. In het geval dat de cliënt dit niet zelf kan heeft de wetgever het mogelijk gemaakt dat de cliënt een beheerder of vertegenwoordiger aanwijst. De beheerder van het budget kan niet de zorgverlener zijn omdat de beheerder ook verantwoordelijk is voor het borgen van de kwaliteit van de zorg. Om deze reden is het van belang dat de beheerder een onafhankelijke positie inneemt ten opzichte van de zorgverlener. Indien er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet is een pgb niet denkbaar gezien de noodzakelijke tijd om de aanvraagprocedure zorgvuldig te doorlopen. In sub e is opgenomen dat een pgb kan worden geweigerd indien het pgb bestemd is voor besteding in het buitenland. Dit is om oneigenlijk gebruik van het pgb te voorkomen. Omdat in uitzonderlijke gevallen het noodzakelijk kan zijn de toegekende ondersteuning individuele begeleiding, die met het pgb wordt ingekocht, in te zetten tijdens een vakantie kan het college op grond van lid 2 hier expliciet toestemming voor geven. Dit vergt maatwerk en wordt per individueel geval beoordeeld. Voorwaarde is dat de geïndiceerde ondersteuning nodig heeft om tijdens de vakantie te kunnen functioneren. Het pgb mag niet worden ingezet voor het (deels) financieren van de vakantie. Een pgb dat bedoeld is om in te zetten in en rond de woning van betrokkene kan niet tijdens een vakantie worden ingezet. Bijvoorbeeld het pgb voor ondersteuning in het huishouden richt zich specifiek op het voeren van een huishouden in het hoofdverblijf in de gemeente. In sub f is vastgelegd dat de ondersteuning die door één en dezelfde persoon geleverd wordt niet meer bedraagt dan 48 uur per week. Het borgen van de kwaliteit van de ondersteuning is de reden dat een hulpverlener (professioneel en informeel) die via een pgb ingehuurd wordt nooit meer dan 48 uur ondersteuning per week mag leveren. Ondersteuners die structureel meer uren beschikbaar moeten zijn raken overbelast. Dat geldt ook voor informele ondersteuners. Daarmee komt de kwaliteit en de veiligheid van de ondersteuning in het geding maar ook de gezondheid van de ondersteuner. Bij de beoordeling van de vraag of de hulpverlener structureel meer dan 48 uur per week beschikbaar moet zijn, wordt ook gekeken naar de ondersteuning die deze hulpverlener aan andere personen moet leveren. Bijvoorbeeld een familielid dat aan meerdere gezinsleden via een pgb ondersteuning biedt en daardoor meer dan 48 uur beschikbaar moet zijn. Tot slot is lid g opgenomen om het pgb gebruik voor andere kosten dan het leveren van de ondersteuning niet mogelijk te maken. Onder andere kosten wordt ook verstaan reiskosten of begeleidings- of administratiekosten in verband met het beheren van een pgb. Het pgb-budget moet volledig ten goede komen aan de ondersteuning zelf en mag niet wegvloeien naar bemiddelingskosten en administratiekosten. Dit beperkt de mogelijkheid om via de kwetsbare pgb-houder een deel van het budget weg te sluizen. Reiskosten ten behoeve van de ondersteuning is wel toegestaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel