BW is bedoeld voor mensen:
die psychische of psychosociale problemen hebben, waardoor zij niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving;
die te maken hebben met complexe problematiek op meerdere levensgebieden;
bij wie onderdak, toezicht en begeleiding niet gericht is op zorg die zich richt op genezing.
De wet definieert niet wat een accommodatie van een instelling betekent. Het kan gaan om een veelheid van beschermde woonvormen zoals lokale of regionale instellingen voor begeleid wonen. Maar BW kan ook zo worden vormgegeven dat mensen (al dan niet geclusterd) in een woonwijk wonen. Deze voorzieningen kunnen allemaal onder BW vallen als daarmee het resultaat zoals in de Wmo 2015 gedefinieerd, wordt behaald.
De voorziening BW kent de profielschetsen Verblijf en Ambulant met drie respectievelijk vier verschillende niveaus (Laag, Midden, Hoog en – voor Verblijf - Zeer Hoog), die lopen van lichtere naar zware vormen van ondersteuning. Er wordt naar gestreefd om met de lichtste vorm van ondersteuning het noodzakelijke resultaat te behalen.
Deze niveaus zijn alle ondersteuningsvormen die ingezet kunnen worden voor personen waar vastgesteld is dat zij noodzakelijk zijn aangewezen op een vorm van BW. Daar waar cliënt niet aangewezen is op BW, maar wel op individuele begeleiding is het afwegingskader Individuele begeleiding van toepassing.
In de afweging bij BW wordt gekeken naar de onderwerpen:
hulp bij psychiatrische problemen
gedragsproblemen
hoe woont en hoe leeft de cliënt
mate van begeleiding die nodig is
of en in welke mate verzorging nodig is
of en welke behoefte er is aan verpleegkundige zorg
of en welke behoefte er is aan dagbesteding
In geen van de arrangementen BW zit behandeling. Wel kunnen de begeleiders advies vragen aan de behandelaar.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.6.6.