Naar hoofdinhoud
Algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn in principe voor iedereen beschikbaar, of mensen nu wel of geen beperking hebben. Wat in een concrete situatie algemeen gebruikelijk is, hangt vaak af van de geldende maatschappelijke normen op het moment van de aanvraag voor een maatwerkvoorziening. Volgens de vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep betekent dit dat de voorziening: voor een niet-ondersteuningsbehoevende in een financieel vergelijkbare positie tot het normale aanschaffingspatroon worden gerekend; niet speciaal bedoeld is voor mensen met een handicap, zodat de voorziening ook op grote schaal door niet-gehandicapten wordt gebruikt; die gewoon in een normale winkel te koop is en niet speciaal in de revalidatievakhandel of soortgelijke winkels en die qua prijs vergelijkbaar is met soortgelijke producten. Eenduidig zijn de criteria niet. Het kan zijn dat voor de ene persoon de voorziening wel algemeen gebruikelijk kan zijn en voor de ander niet. Zo kunnen beugels in het toilet voor een persoon van boven de 70 jaar algemeen gebruikelijk zijn, maar voor een jongere persoon die na een ongeluk gehandicapt is geraakt, niet. Uitgangspunt is dat algemeen gebruikelijke voorzieningen niet als maatvoorziening verstrekt worden. Algemeen gebruikelijke voorzieningen worden in het gesprek rond de keukentafel besproken als voorliggend op maatwerkvoorzieningen. Er zal altijd een individuele toets plaatsvinden om te beoordelen of de voorziening voor de persoon als aanvrager algemeen gebruikelijk is. Uitzonderingen op de criteria voor algemeen gebruikelijke voorzieningen kunnen situaties zijn waarin: de handicap plotseling ontstaat, waardoor algemeen gebruikelijke voorzieningen eerder dan normaal vervangen moeten worden; de voorziening nog lang niet is afgeschreven en de aanvrager een inkomen heeft, dat door aantoonbare kosten van de handicap onder de voor hem/haar geldende bijstandsnorm dreigt te komen. Er is geen complete lijst van voorzieningen die algemeen gebruikelijk zijn. Voorbeelden kunnen zijn: tandem (met uitzondering van een ouder-kind tandem); fiets met lage instap, ligfiets; fiets met hulpmotor; rollator elektrische fiets/tandem (al dan niet met lage instap) voor een persoon van 16 jaar en ouder; bakfiets, fietskar, aanhangfiets; personenauto en de gebruikskosten die daaraan verbonden zijn; auto-accessoires: airconditioning, stuurbekrachtiging, elektrisch bedienbare ruiten trekhaak; éénhendelmengkranen; thermostatische kranen; keramische of inductie kookplaat; verhoogd toilet; tweede toilet/sanibroyeur; renovatie van badkamer en keuken *; antislipvloer/coating; wandbeugels; zonwering (inclusief elektrische bediening); ophogen tuin/bestrating bij verzakking; ICT hulpmiddelen. * Bij de Wmo wordt ervan uit gegaan dat elke badkamer of keuken eens in de 20 jaar vernieuwd wordt. Bij een aanvraag voor een woningaanpassing van een badkamer en/of keuken wordt rekening gehouden met de leeftijd van de badkamer/keuken. Alleen de noodzakelijke aanpassingen worden vanuit de Wmo verstrekt wanneer een keuken of badkamer economisch is afgeschreven.

Rechtspraak bij dit artikel