de cliënt heeft op termijn gestabiliseerde en/of opgeloste schulden door inzet van budgetbeheer of ingesteld beschermingsbewind;
door structuur aan te brengen of inzet van regelmatige ondersteuning is de aanvrager in staat om tijdig zijn rekeningen te betalen en heeft hij balans in zijn inkomsten en uitgaven;
de cliënt heeft kennis opgedaan of krijgt begeleiding in het gebruiken van inkomensondersteunende voorzieningen. Inkomensondersteunende voorzieningen zijn bijvoorbeeld het gebruik maken van huur- en zorgtoeslag, belastingteruggaven en andere inkomensondersteunende voorzieningen die via de belastingdienst, de gemeente of bij andere instanties kunnen worden aangevraagd.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf
Artikel 2.3.3.2.