De consulent weegt het volgende mee om het profiel te bepalen:
De samenstelling van het huishouden: gaat het om één persoon of meer personen? Zijn er nog meer gezinsleden die verzorgd moeten worden of die juist kunnen meehelpen? Is er sprake van gebruikelijke hulp?
Werkzaamheden die gedaan moeten worden en waar ondersteuning bij nodig is: als alleen het zware schoonmaakwerk gedaan hoeft te worden kan een lager profiel ingezet worden dan als er ook lichte taken gedaan moeten worden. Als er weinig kamers gebruikt worden kan er een lager profiel worden ingezet dan als er meerdere kamers worden gebruikt.
Het type ondersteuning (alleen schoonmaken, helpen met organiseren, omgaan met complex gedrag).
Mogelijkheden om tot andere oplossingen te komen (als er mogelijkheden zijn om tot een andere oplossing te komen kan dit leiden tot een lager profiel).
Indien er bijzondere persoonlijke omstandigheden zijn waardoor geen van de 7 profielen passend is, bestaat in uitzonderingssituaties de mogelijkheid om (tijdelijk) aanvullend maatwerk in te zetten (resultaatgebied 8, profiel laag of midden). Zie 3.2.6 voor de criteria voor de toekenning van resultaatgebied 8.
Het type en de grootte van de woning is niet van invloed op de bepaling van het profiel.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf
Artikel 3.2.2.6.