Dagbesteding kan noodzakelijk zijn als het bieden van een dagstructuur buiten de thuissituatie geboden moet worden. Daarnaast kan dagbesteding worden ingezet ter ontlasting van de mantelzorger.
De voorziening dagbesteding richt zich op ondersteuning bij het realiseren van een zinvolle bezigheid, maar dan niet in een werksetting. Centraal bij deze voorziening staat het zoveel als mogelijk, handhaven van vaardigheden, het bieden van praktische ondersteuning en het ontlasten van mantelzorgers. Het betreft een structurele tijdsbesteding met een goed omschreven doel waarbij de cliënt actief wordt betrokken. Dagactiviteiten vinden plaats in groepsverband en zijn gericht op het bevorderen of behouden van de zelfredzaamheid of het vertragen van de achteruitgang. Het gaat hierbij vooral, maar niet uitsluitend, om ouderen en mensen met niet aangeboren hersenletsel die ernstig beperkt zijn in hun zelfredzaamheid en (nagenoeg) niet meer in staat zijn om hun eigen dagstructuur vorm te geven.
Een “arbeidsmatige” dagbesteding wordt ingezet als iemand een arbeidsvermogen heeft van minder dan 20% waardoor toeleiding naar regulier werk niet mogelijk is of de aanvrager met beperkingen geen inkomsten heeft. Wanneer iemand een arbeidsvermogen heeft van meer dan 20% vallen zij onder de Participatiewet. Doel is een zinvolle dagbesteding gericht op het structureren van de dag, op praktische ondersteuning en op het oefenen, ontwikkelen van vaardigheden die de zelfredzaamheid bevorderen op behoud. Bij het ontwikkelen van vaardigheden kunnen werknemersvaardigheden opgenomen zijn. Bij de arbeidsmatige dagbesteding kunnen producten en diensten worden geleverd. De activiteiten worden uitgevoerd met een zorgverlener e/o begeleider.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf
Artikel 3.2.4.1.