In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt aangegeven of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt.
Bij het verstrekken van een voorziening in natura vermeldt de beschikking in ieder geval:
welke individuele voorziening verstrekt wordt en wat het beoogde resultaat daarvan is;
de ingangsdatum en duur van de verstrekking;
de vervaltermijn van de beschikking;
hoe de voorziening wordt verstrekt, en indien van toepassing;
welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.
Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb vermeldt de beschikking in ieder geval:
aan welk resultaat het pgb moet worden besteed;
welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;
de hoogte van het pgb en hoe deze is bepaald;
de duur van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld;
de vervaltermijn van de beschikking;
de wijze van toezicht en verantwoording van de besteding van het pgb.
In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende voorziening. Het college legt de beslissing omtrent de inzet van hulp in dat geval zo snel mogelijk, doch in ieder geval binnen vier weken na de start van de hulp, vast in een beschikking.
In de volgende gevallen verstrekt het college altijd een beschikking:
bij verstrekking van een pgb;
bij weigering van een aanvraag voor een individuele voorziening, waarbij onder een aanvraag mede wordt begrepen een niet voor akkoord ondertekend onderzoeksverslag, gespreksverslag of ondersteuningsplan dat door de jeugdige of zijn ouders als aanvraag is bedoeld;
bij een verzoek van de jeugdige of zijn ouders om een beschikking te ontvangen, binnen 3 weken na het voor akkoord ondertekenen van een onderzoeksverslag, gespreksverslag of ondersteuningsplan.
Hoofdstuk 4
Artikel 12
Inhoud beschikking
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Rijswijk 2018