Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Beleidsregel Wet aanpak woonoverlast gemeente Westerwolde

1.. Andere geschikte wijze: De burgemeester legt een specifieke gedragsaanwijzing op als de ernstige hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan. De burgemeester komt beleidsvrijheid toe in de afweging of er geen andere geschikte wijze is om de hinder tegen te gaan. Dat kunnen ook andere middelen zijn dan de uitoefening van overheidsbevoegdheden. Voorbeelden van andere manieren om overlast te bestrijden zijn het geven van een waarschuwing, het gebruik van mediation of bemiddeling of het aanspannen van een civiele procedure door de melder of verhuurder van de woning van de overlastgever. Pas als de burgemeester meent dat er redelijkerwijs geen andere geschikte wijze is om de ernstige hinder tegen te gaan (blijkend uit de omstandigheid dat eerdere maatregelen of acties geen of onvoldoende soelaas bieden), legt de burgemeester een last op. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht dat van onderhavig middel slechts gebruik kan worden gemaakt als ‘ultimum remedium’. Deze beleidsregel wordt gepositioneerd als sluitstuk in de aanpak van ernstige woonoverlast hetgeen aansluit bij de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. 2.. Woning of een bij die woning behorend erf: Met woning of bij die woning behorend erf wordt bedoeld een voor bewoning bestemd gebouw of het betrokken perceel behorende bij de woning. Hieronder vallen ook de gezamenlijke ruimtes binnen een wooneenheid. Onder woning kan ook een boot, caravan, woonwagen e.d. worden verstaan. Gelet op het bepaalde in artikel 151d, eerste lid, van de Gemeentewet vallen ook gedragingen in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf, zoals gedragingen in de tuin van de buren, op het trottoir en of op straat ter hoogte van of vlakbij de woning, onder de reikwijdte van dit begrip (Kamerstukken II 2014/15, 34 007, 7, p. 13 resp. Kamerstukken II 2014/15, 34 007, 10, p.2). 3.. Gebruiker van de woning: Onder degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt wordt verstaan degene die feitelijk in de woning woont. De gebruiker hoeft geen huurrechtelijke of eigendomsrechtelijke relatie tot de woning of het erf te hebben en hoeft niet de rechtmatige gebruiker van de woning te zijn. Ook een illegale onderhuurder of een kraker van de woning valt onder dit bestanddeel. 4.. Gedragingen: Met gedragingen worden bedoeld gedragingen die in of vanuit de woning of op of vanaf het erf worden gepleegd. De gedragingen kunnen worden gepleegd door de gebruiker van de woning zelf of door bezoekers van de gebruiker, maar ook door bijvoorbeeld diens hond. 5.. Zorgplicht: De gemeenteraad heeft in artikel 2:79 (APV) bepaald dat degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, er zorg voor dient te dragen dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 6.. Omwonenden: Het gaat om bewoners die woonachtig zijn in de directe nabijheid van de woning van waaruit de overlast plaatsvindt. Dit wordt per casus bezien. 7.. Ernstige hinder: Overlast, in welke vorm dan ook, die naar algemene maatstaven in het maatschappelijk verkeer als ernstig valt te kwalificeren, zo mogelijk gestaafd met feitelijke gegevens op basis van waarnemingen, al dan niet in combinatie met metingen, en die herhaaldelijk wordt veroorzaakt. Een vergelijking kan worden gemaakt met artikel 37 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek. Ernstige hinder als bedoeld in artikel 151d van de Gemeentewet kan tevens onrechtmatig zijn in de zin van artikel 5:37 van het Burgerlijk Wetboek. Soms staat (voor de benadeelde) alleen de privaatrechtelijke weg open om bepaalde vormen van hinder aan te pakken. Artikel 2:79, derde lid, van de APV somt enkele vormen van ernstige hinder op. 8.. Herhaaldelijke hinder: Met de term ‘herhaaldelijk’ wordt gedoeld op het vereiste dat de ernstige hinder een terugkerend karakter heeft, hetgeen niet noodzakelijkerwijze hetzelfde is als ernstige hinder zonder onderbreking. De burgemeester geeft derhalve geen toepassing aan de bestuursdwangbevoegdheid op basis van één incident. 9.. Gedragsaanwijzing: Een aanwijzing in de vorm van een last onder dwangsom of bestuursdwang, waarin staat welke hinderlijke gedragingen moeten worden beëindigd en binnen welke termijn. 10.. Begunstigingstermijn: De termijn die in de last onder bestuursdwang of dwangsom wordt gesteld waar binnen het veroorzaken van hinder moet worden gestopt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel