een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan:
Akkoord onder de voorwaarden dat:
• Er sprake is van een erker, en
o deze aan de voorgevel maximaal 60% van de breedte van voorgevel bedraagt, met een maximum van 3,6 meter, en
o deze aan de zijgevel maximaal 30% van de breedte van zijgevel bedraagt, met een maximum van 3 meter, en
o de diepte niet meer bedraagt dan 1,2 m, en
o de goothoogte niet meer dan 3 meter bedraagt, en
o de afstand tussen de erker en het openbaar toegankelijk gebied minimaal 2 m bedraagt, en
o de afstand tot de aangebouwde naastgelegen woning ten minste 0,5 meter bedraagt en indien er geen aangebouwde woning is (bij vrijstaande woningen en aan één zijde bij hoekwoningen) de afstand tot de zijdelingse perceelgrens ten minste 2 meter is.
• Er sprake is van een wijziging van de bestaande dakhelling van een hoofdgebouw, en
o de dakhelling maximaal 52° gaat bedragen, en
o de goothoogte van de woning niet meer bedraagt dan 5 m, en
o er op de verbeelding geen aanduiding ‘plat dak’ is opgenomen, en
o het een vrijstaande woning betreft die ten minste 2 m van de aangrenzende woning of gebouwen staat, of
o het een twee-aaneen gebouwde woning betreft waarvan de andere woning reeds een grotere hellingshoek heeft, en de nieuwe dakhelling niet groter is dan deze hellingshoek, of
o het een aanééngebouwde woning betreft in een bouwvlak waarvan reeds een woning een dakhelling heeft die groter is dan 45°, en de nieuwe dakhelling niet groter is dan deze hellingshoek, of
o het een woning betreft die is voorzien van een dwarskap.
• Er sprake is van een wijziging van de bestaande dakhelling van een mansardekap, en
o de dakhelling maximaal 70° gaat bedragen, en
o het eerste deel van het dakvlak betreft, en
o de helling van het tweede dakvlak naar de nok minimaal 20° en maximaal 45° bedraagt, en
o de mansardekap symmetrisch blijft.
• Er sprake is van een dakterras, en
o deze gerealiseerd wordt op een aan- of uitbouw dan wel een aangebouwd bijgebouw, en
o de aan- of uitbouw dan wel een aangebouwd bijgebouw is voorzien van een plat dak, en
o de dakterras afscheiding maximaal 1.00 meter hoog wordt.
• Er sprake is van een balkon, en
o De borstwering 1.20 meter hoog wordt indien het hoogteverschil tussen een vloer en een aangrenzende vloer, terrein of water meer dan 13 meter is. In alle andere gevallen is de borstwering maximaal 1 meter hoog.
• Voor overige bijbehorende bouwwerken is individuele toetsing vereist.
- buiten de bebouwde kom, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
a. niet hoger dan 5 meter, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf,
b. De oppervlakte niet meer dan 150 m².
Individuele toetsing vereist