Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begrippenkader

Onderdeel van Treasurystatuut

In dit statuut wordt verstaan onder: - Basispunt Eén basispunt is 1/100-ste procent (0,01%). - Derivaten Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen. - Fido-proof Product met hoofdsomgarantie. - Financiële risico’s Dit is het volledige pakket van renterisico, koersrisico, kredietrisico en liquiditeitsrisico. - Financiering Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor de dekking van vermogensbehoefte voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen. - Geldmarkt Het geheel van vraag en aanbod van vermogenstransacties met een looptijd tot één jaar. - Geldstromenbeheer Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer). - Intern liquiditeitsrisico De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen. - Kapitaalmarkt Het geheel van vermogenstransacties met een looptijd vanaf één jaar. - Kasgeldlimiet Een bedrag op basis van de Wet Fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. - Koersrisico Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. - Kredietrisico De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit. - Liquiditeitenbeheer Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar. - Liquiditeitenplanning Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid. - Rating De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier. Overzicht ratingkwalificaties: Moody’s Standard & Poor’s Lange termijn ratings Aaa AAA Extreem kredietwaardig Aa AA Zeer kredietwaardig A A Kredietwaardig, maar er zijn factoren aanwezig waardoor afbetaling in de toekomst enig gevaar loopt. Moody’s Standard & Poor’s Korte termijn ratings P-1 A-1+/A-1 Capaciteit voor rente en aflossing is extreem, zeer groot. P-2 A-2 Voldoende capaciteit voor tijdige betaling aanwezig. P-3 A-3 Adequate capaciteit voor tijdige betaling aanwezig, maar kwetsbaar als de omstandigheden tegen zitten. - Rente De vergoeding die in rekening gebracht wordt voor het tijdelijk beschikbaar stellen van liquide middelen. De rente wordt veelal uitgedrukt in een percentage van de hoofdsom op jaarbasis. - Renteconversie Tussentijdse aanpassing van de contractuele rente. - Renterisico Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. - Renterisicobeheer Het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat in de toekomst de rentelasten van het vreemde vermogen hoger zijn of dat de renteopbrengsten van de activa lager zijn dan een bestuurlijk wenselijk geacht niveau. - Renterisiconorm Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet Fido gefixeerd percentage van het totaal van de begroting van de gemeente van het betreffende jaar dat bij de realisatie niet mag worden overschreden. - Rentetypische looptijd Tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding. - Rentevisie Toekomstverwachting over de renteontwikkeling van de lange en korte rente. - Risicobeheer Alle activiteiten die zich richten op het beheersen van financiële risico’s (rente-, krediet-, koers- en valutarisico’s). - Roll-over basis Lening met middellange of lange looptijd en een variabele rente verplichting. - Saldobeheer Beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen. - Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat deelnemende instellingen al hun liquide middelen en beleggingen aanhouden in de schatkist bij het ministerie van Financiën en niet langer financiële geldmiddelen en vermogens bij private partijen buiten de schatkist aanhouden. Schatkistbankieren betekent dat de gemeente de middelen die zij (tijdelijk) niet nodig heeft voor de uitoefening van taken en verantwoordelijkheden – met andere woorden haar (tijdelijke) overtollige middelen – aanhoudt in de schatkist. - Treasurer Ambtenaar belast met treasurywerkzaamheden. - Treasuryfunctie De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie is onder verdeeld in vier functies: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer. - Treasurybeleid De uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten, de organisatorische - en administratieve kaders, de informatievoorziening en administratieve organisatie ter uitvoering van de treasuryfunctie. - Treasurycommissie Een commissie, bestaande uit de wethouder financiën, het afdelingshoofd bedrijfsvoering en de treasurer, adviseren over langlopende transacties en dragen zorg voor de totale interne controle.

Rechtspraak bij dit artikel