De standplaatsvergunning kan door het college van burgemeester en wethouders ingevolge de artikelen 1:8 en 5:18 APV worden geweigerd;
wegens strijd met een geldend bestemmingsplan;
in het belang van:
de openbare orde;
de openbare veiligheid;
de volksgezondheid;
de bescherming van het milieu;
indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;
indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2