Bij de beoordeling van de subsidiabele restauratie- en/of onderhoudskosten hanteren burgemeester en wethouders de “Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten BRIM 2013” van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed of, wanneer deze geactualiseerd wordt, de meest recente versie van deze leidraad.
In ieder geval worden ook de volgende kosten subsidiabel geacht:
Legeskosten die specifiek voor de instandhouding van het gemeentelijk monument gemaakt moeten worden (omgevingsvergunning monument);
Onderzoekskosten (inclusief bouwhistorisch onderzoek) die gemaakt moeten worden om inzichtelijk te maken of, en zo ja welke restauratiewerkzaamheden uitgevoerd moeten worden ten behoeve van de instandhouding van een gemeentelijk monument;
Abonnements- en inspectiekosten van de Monumentenwacht.
Artikel 4
Subsidiabele kosten
Onderdeel van Subsidieverordening gemeentelijke monumenten Renswoude 2018