De monumentencommissie bestaat uit
een onafhankelijk, door de raad te benoemen voorzitter;
minimaal 3 en maximaal 5 door de raad te benoemen leden.
de portefeuillehouder Monumentenzaken of diens plaatsvervanger is namens het college als toehoorder bij de vergaderingen aanwezig.
Burgemeester en wethouders doen een voordracht, waarbij zo veel mogelijk rekening wordt gehouden met de deskundigheid van de kandidaten, waarbij bepaalde deskundigheden verenigd kunnen zijn in één persoon:
Minimaal twee leden met kennis van de monumentenzorg/restauratie;
Minimaal één lid met kennis van (landschaps)architectuur en historische stedenbouw;
Minimaal één lid met kennis van cultuurhistorie;
Minimaal één lid met kennis van bouwkunde, specifiek gericht op monumenten;
Minimaal één lid met kennis van de lokale geschiedenis van Renswoude.
Burgemeester en wethouders benoemen een ambtelijk secretaris en kunnen ambtelijke adviseurs aanwijzen.
De zittingsduur van de commissieleden is, behoudens tussentijdse aftreding, gelijk aan de zittingsduur van de gemeenteraad.
De leden zijn onmiddellijk herbenoembaar.
Een lid, ter vervulling van een, anders dan ten gevolge van een periodieke aftreding, opengevallen plaats wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, moest aftreden.
De vergaderingen van de commissie zijn openbaar.
Bij het uitbrengen van haar adviezen laat de commissie zich uitsluitend leiden door overwegingen van cultuurhistorisch belang, dus over historisch stedenbouwkundig, historisch bouwkundig, historisch geografische en archeologische waarden.
De vergoeding per bijgewoonde vergadering bedraagt voor de voorzitter 250 % van het bedrag dat in het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, tabel IV gemeenteklasse 3 wordt genoemd en voor een lid 175 %.