1. Voor inschrijving in het register van woningzoekenden komen alle huishoudens in aanmerking die:
in aanmerking kunnen komen voor zelfstandige woonruimte met een huurprijs/koopprijs beneden de huur-/koopprijsgrens of een standplaats en
op grond van artikel 10 van deze verordening in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning.
2. De aanvraag om als woningzoekende te worden ingeschreven in het in artikel 14 bedoelde register wordt gericht aan het college en gaat vergezeld van de volgende bewijsstukken, voor zover van toepassing:
een recent bewijs waaruit het huidig gezamenlijk bruto inkomen van de woningzoekende en de andere leden van het huishouden blijkt;
een bewijsstuk (Inkomensverklaring van de Belastingdienst, of aangiftebiljet IB etc.) waaruit het vermogen blijkt;
een (recent) uittreksel uit de (subregionale) gemeentelijke basisadministratie van de woningzoekende en de andere leden van het huishouden, waaruit de woonduur van de woningzoekende blijkt;
En voor zover van toepassing vergezeld van:
een werkgeversverklaring, een inschrijvingsbewijs van de Kamer van Koophandel of een inschrijvingsbewijs van een onderwijsinstelling;
het vonnis of de beschikking voorlopige voorziening inzake echtscheiding;
het vonnis inzake ontruiming van de huidige woonruimte;
een recent schuldoverzicht van de hypotheeknemer op de huidige woonruimte;
eventuele andere door het college noodzakelijk geachte bewijsstukken.
3. Het college verstrekt aan de in het register ingeschreven woningzoekende een bewijs van inschrijving, waarop in ieder geval de volgende gegevens worden vermeld:
datum inschrijving en registratienummer;
naam, geboortedatum en adresgegevens van de aanvrager en van alle leden van het huishouden;
de categorie huishoudens waartoe het huishouden behoort.
4. Het college kan de woningzoekende kosten in rekening brengen voor de inschrijving in het register van woningzoekenden.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 15
Inschrijving in register van woningzoekenden
Onderdeel van Huisvestingsverordening 2008