**1..** Het college weigert een splitsings- of onttrekkingsvergunning, indien:
naar het oordeel van het college het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, samenvoeging of splitsing gediende belang;
de toestand van het gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft zich uit een oogpunt van indeling of staat van onderhoud geheel of ten dele tegen splitsing verzet;
de desbetreffende gebreken niet door het treffen van voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen worden opgeheven, dan wel onvoldoende is verzekerd dat die gebreken zullen worden opgeheven;
splitsing in strijd is met de voorschriften van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening of in strijd is met enig ander wettelijk voorschrift;
door splitsing volkshuisvestelijke belangen worden geschaad;
de voorgenomen splitsing naar het oordeel van het college nadelige gevolgen heeft voor de verordening na te streven doelen;
hier naar het oordeel van het college aanleiding toe bestaat.
**2..** Van gebreken als bedoeld in het vorige lid is in ieder geval sprake, indien:
het college een aanschrijving tot het treffen van voorzieningen of tot het aanbrengen van verbeteringen als bedoeld in de Woningwet heeft gedaan en deze aanschrijving nog niet is uitgevoerd;
het gebouw, waarop de aanvraag om vergunning betrekking heeft, één of meer woonruimten bevat, die ingevolge de Woningwet onbewoonbaar zijn verklaard.
Hoofdstuk
Artikel 5
Weigeringsgronden splitsings- of onttrekkingsvergunning
Onderdeel van Huisvestingsverordening 2008