Naar hoofdinhoud
1. Tenzij in de beschikking tot subsidieverlening anders is bepaald, dient de subsidieontvanger, in afwijking van artikel 4:74 van de Awb een aanvraag tot subsidievaststelling in: a. vóór 1 juni van het jaar volgend op het jaar waarvoor subsidie is verleend, indien het boekjaar een kalenderjaar is; b. vóór 1 januari van het jaar volgend op het jaar, waarin het schooljaar, waarvoor subsidie is verleend, eindigt, indien het boekjaar een schooljaar is. 2. Indien de aanvraag na afloop van de genoemde termijn niet is ingediend, kan het college de subsidieontvanger uitstel verlenen. Daarbij wordt een termijn genoemd, waarbinnen de aanvraag alsnog moet zijn ingediend. 3. Indien na afloop van de in het tweede lid bedoelde termijn geen aanvraag tot vaststelling is ingediend, kan het college de subsidie ambtshalve vaststellen. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 4:75 Awb bevat het financieel verslag: - een opgave van het werkelijke brutosalaris, inclusief werkgevers lasten, van personen die bij aanvrager een functie bekleden, die niet onder de werking van een collectieve arbeidsovereenkomst valt; - een specificatie van hoe de door het college verstrekte subsidie gelden specifiek zijn aangewend ter verwezenlijking van de gestelde doelen. Het college kan via steekproeven controleren of de verstrekte financiële gegevens correct zijn en of de activiteiten zijn uitgevoerd. 5. Artikel 4:76 Awb is van overeenkomstige toepassing indien de subsidieontvanger zijn inkomsten in overwegende mate ontleent aan de subsidie. 6. Indien het voor een boekjaar in totaliteit verleende subsidiebedrag € 100.000,-- of meer bedraagt, dient het financieel verslag in ieder geval te zijn voorzien van een accountantsverklaring. 7. Naast het bepaalde in artikel 4:78 van de Awb strekt de in artikel 4:78 lid 1 bedoelde opdracht aan de accountant tevens tot een onderzoek of de verstrekte gelden rechtmatig zijn besteed overeenkomstig het bepaalde in of krachtens deze verordening en of de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen zijn nageleefd. 8. Van de verplichting tot overlegging van de in de vorige leden genoemde bescheiden kan door het college ontheffing worden verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel