De aanvrager die een verzoek tot garantieverlening indient, moet daarbij het volgende in acht nemen:
**1..** De aanvraag moet volledig en schriftelijk bij het college ingediend worden.
**2..** De aanvraag dient vergezeld te gaan van:
een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel;
een exemplaar van de statuten van de organisatie;
een opgave van de bestuurssamenstelling van de organisatie;
tekeningen en technische omschrijving als het een garantstelling betreft in verband met het aangaan van een geldlening voor de aankoop of verbouwing van een onroerende zaak;
een document waaruit blijkt dat het onderpand vrij is van pand of hypotheek;
de laatst bekende taxatiewaarde van het onderpand voor de OZB in geval het gaat om een bestaande onroerende zaak;
een exploitatieoverzicht van het huidige boekjaar;
de begroting van het vorige, huidige en komende boekjaar;
de jaarrekening van de afgelopen twee boekjaren (inclusief kasstroomoverzicht);
de conceptlening-overeenkomst dan wel een offerte met leningsvoorwaarden met/van de beoogde financiële instelling.
**3..** De organisatie beschikt over een financiële positie (inclusief prognoses, gebaseerd op reële verwachtingen) waaruit blijkt dat rente en aflossing (ook in de toekomst) kunnen worden betaald.
**4..** De organisatie dient aan het college alle inlichtingen te verstrekken, waarvan zij redelijkerwijs kan verwachten dat die van belang kunnen zijn voor het wel of niet verstrekken van de lening of garantie.
**5..** De af te sluiten geldlening wordt aangegaan bij een financiële onderneming, die onder Nederlands of anderszins EER-toezicht valt, zoals De1Onder de Europese Economische Ruimte (EER) vallen naast de lidstaten van de Europese Unie ook Noorwegen, Rusland en Liechtenstein. Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer.
**6..** De organisatie kan aantonen dat het niet mogelijk is om zonder een gemeentegarantie een lening te verwerven op voor haar marktconforme voorwaarden.
**7..** Indien er sprake is van investeringen in bouwkosten, moet er met betrekking tot de bouw- en aanlegplannen zijn voldaan aan de voorwaarden van de bouwvergunning en het bestemmingsplan. Daarnaast mag vóór de afhandeling van de aanvraag al wel zijn gestart met de aankoop, bouw, aanleg, uitbreiding of verbetering van het betreffende object; dit is echter nadrukkelijk voor risico van de organisatie zelf.
**8..** Indien er sprake is van investeringen in bouw- en inrichtingskosten, dienen deze te zijn gebaseerd op een niveau dat in het maatschappelijke verkeer als gemiddeld kan worden beschouwd. Zodoende moet een te uitbundig niveau van investeringen worden voorkomen. De waarde van de zelfwerkzaamheid van leden van de organisatie of vrijwilligers worden niet in de investeringen meegenomen.
**9..** De voorwaarden van de afte sluiten geldlening bevatten in ieder geval het beding van voorafgaande uitwinning en schuldsplitsing en alle andere voorrechten en uitzonderingen bij de wet aan borgen toegekend.
**10..** De looptijd van de geldlening mag niet langer zijn dan de verwachte economische levensduur van het object waarvoor een geldlening wordt aangevraagd.
Hoofdstuk 2
Artikel 8
Eisen aan de aanvraag
Onderdeel van Regeling leningen en garantievoorwaarden 2011