Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 34

Premies

Onderdeel van Verordening participatie en inkomen gemeente Tubbergen 2011

1.. Het college kan aan uitkeringsgerechtigden uitstroompremies, premies arbeidsparticipatie en premies deeltijdarbeid toekennen in het kader van activering en re-integratie. 2.. Een uitstroompremie wordt op aanvraag verstrekt aan ex-uitkeringsgerechtigden jonger dan 65 jaar die een uitkering voor levensonderhoud ontvingen ingevolge de WWB, de IOAW, de IOAZ of het Bbz. De uitstroompremie bedraagt € 500,-. Er bestaat recht op een uitstroompremie indien: de uitkeringsgerechtigde gedurende minimaal 6 maanden algemeen geaccepteerde arbeid, niet zijnde gesubsidieerde arbeid, in dienstbetrekking verricht, als zelfstandige inkomsten verwerft of andere vormen van algemeen geaccepteerde arbeid verricht waarmee hij volledig in de kosten van het bestaan kan voorzien; en hij onmiddellijk voorafgaande aan de start van de werkzaamheden ten minste een jaar ononderbroken een uitkering voor levensonderhoud heeft ontvangen op grond van de WWB, de IOAW, de IOAZ of het Bbz, eventueel gevolgd door een periode van het verrichten van gesubsidieerde arbeid op grond van artikel 7 lid 1 van de WWB van maximaal 1 jaar. Er bestaat geen recht op een uitstroompremie als binnen een periode van 36 maanden voorafgaande aan het moment van uitstroom de uitkeringsgerechtigde al eerder uitstroomde en als gevolg daarvan reeds een uitstroompremie ontving. 3.. Het college verstrekt ambtshalve aan uitkeringsgerechtigden ingevolge de WWB, de IOAW en de IOAZ, die onbeloonde additionele werkzaamheden verrichten met toepassing van artikel 10a lid 6 van de WWB na afloop van elke 6 maanden, afhankelijk van de beoordeling van het college, een premie arbeidsparticipatie van € 300,-. Het recht op een premie arbeidsparticipatie ontstaat uitsluitend indien er vooraf met het college afspraken zijn gemaakt over het te volgen participatietraject. Er bestaat geen recht op een premie arbeidsparticipatie indien bij de beoordeling blijkt dat de aan de onbeloonde additionele arbeid verbonden verplichtingen in de voorgaande 6 maanden zijn geschonden. 4.. Wanneer het college en UWV WERKbedrijf overeen zijn gekomen dat het college ondersteuning bij arbeidsinschakeling biedt aan een persoon aan wie het UWV WERKbedrijf een uitkering verstrekt dan is lid 3 van dit artikel ook op deze persoon van toepassing. 5.. Ook personen met een WSW-indicatie die geen uitkering ingevolge de WWB, IOAW of IOAZ ontvangen, kunnen in aanmerking komen voor een premie arbeidsparticipatie als zij voor het overige voldoen aan de voorwaarden van lid 3 van dit artikel. 6.. Een premie deeltijdarbeid wordt op aanvraag verstrekt aan een uitkeringsgerechtigde ter hoogte van 25% van de in een kalenderjaar met arbeid, niet zijnde gesubsidieerde arbeid, verkregen inkomsten. Het maximale premiebedrag is € 750,- per kalenderjaar. Er bestaat recht op een premie over de inkomsten van een uitkeringsgerechtigde met uitzondering van de inkomsten waarover een inkomstenvrijlating is toegepast. Het recht op premie deeltijdarbeid geldt voor de duur van twee jaar, met ingang van het kalenderjaar 2011.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel