**1..** De voorzitter van de kamer bepaalt dag, plaats en tijdstip van de zitting waarop de bezwaarmaker, het bestuursorgaan en eventuele belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld te worden gehoord.
**2..** De secretaris van de kamer zendt de bezwaarmaker, het bestuursorgaan en eventuele belanghebbenden ten minste 10 dagen voor de vastgestelde datum een uitnodiging voor de hoorzitting vergezeld van de op het bezwaar betrekking hebbende stukken.
**3..** De kamer kan de hoorzitting verplaatsen naar een nader moment, indien de kamer hiertoe:
een gemotiveerd verzoek van de bezwaarmaker, bestuursorgaan of eventuele belanghebbenden tot 7 dagen voor de vastgestelde datum van de hoorzitting heeft ontvangen of
aanleiding ziet.
**4..** In afwijking van het in het eerste en tweede lid bepaalde kan van het horen worden afgezien op grond van artikel 7:3 Algemene wet bestuursrecht.
Hoofdstuk
Artikel 10