Naar hoofdinhoud
1.. De benoeming van de leden geschiedt steeds zo spoedig mogelijk na het aantreden van een nieuwe raad voor de zittingsduur van die raad. De zittende leden blijven in functie totdat de benoeming van de nieuwe leden heeft plaatsgevonden. 2.. Tussentijdse benoemingen geschieden voor de ten tijde van de benoeming resterende zittingsduur van de raad. 3.. De leden zijn herbenoembaar. 4.. Aan een lid wordt ontslag verleend wanneer het lid: daarom verzoekt; niet voldoet aan het bepaalde in artikel 4 of 6 of door handelen of nalaten het aanzien van de kamer of de commissie bezwaarschriften schaadt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel