**1..** Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat.
**2..** De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis het college of de burgemeester en van de overige raadsleden.
**3..** Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn ingediend.
**4..** Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering als de vragen ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend, tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is. Daarbij wordt tevens aangegeven binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden.
**5..** Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de raadsleden toegezonden.
**6..** De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.
Hoofdstuk 3.
Artikel 35.