Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid van de Gemeentewet schriftelijk in bij de griffier.
De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.
De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen vier weken nadat het verzoek is ingediend.
Het college of de burgemeester kan de inlichtingen ook mondeling geven in de eerstvolgende besluitvormingsronde van het Raadsplein.
In het geval de inlichtingen schriftelijk worden gegeven, worden de vragen met de daarop gegeven antwoorden op de lijst van ingekomen stukken geplaatst.