Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 5.2

Maatwerkvoorzieningen en pgb’s

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Moerdijk

1. De cliënt is een bijdrage voor een maatwerkvoorziening verschuldigd, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening in natura gebruik maakt, en/of een financiële tegemoetkoming ontvangt of gedurende de budgetperiode van het pgb, met uitzondering van het collectief vraagafhankelijk vervoer. De bijdrage is verschuldigd overeenkomstig het bepaalde in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en is afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn eventuele echtgenoot en volgen telkens de periodieke aanpassingen door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 2. Indien een maatwerkvoorziening dan wel pgb wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt, is de bijdrage verschuldigd door: a. de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen; en b. degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 3. De persoon als bedoeld in het vorige lid is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening van technische aard die wordt aangebracht ten behoeve van de minderjarige cliënt. 4. De cliënt aan wie waakvlambegeleiding of begeleiding thuis en/of begeleiding groep en/of logeeropvang is toegekend is in het jaar 2018 geen bijdrage verschuldigd. 5. De cliënt is voor de collectieve maatwerkvoorziening ‘Waspunt Hart van West Brabant’ geen bijdrage in de kosten verschuldigd. 6. De bijdrage voor de (maatschappelijke) opvang wordt geïnd door de aanbieder die de opvang biedt. 7. Het college kan in het Besluit nadere regels stellen over de periode en de omvang waarover de cliënt de bijdrage in de kosten is verschuldigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel