**1..** In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
**2..** algemene voorziening: jeugdhulpvoorziening op grond van de wet die rechtstreeks toegankelijk is zonder voorafgaand diepgaand onderzoek naar de behoeften en persoonskenmerken van de jeugdige of zijn ouders;
**3..** andere voorziening: voorziening op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen, niet vallend onder de wet;
**4..** basisvoorziening: voorzieningen die gezien kunnen worden als regulier maatschappelijke voorzieningen binnen de gemeente, zoals: huisartsen, jongerenwerk, religieuze organisaties, onderwijs, kinderopvang, politie of verenigingen.
**5..** budgethouder: degene die bevoegd is het persoonsgebonden budget te beheren dat wordt aangewend voor de bekostiging van de individuele voorziening voor de jeugdige of zijn ouders.
**6..** gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders (zie: Gebruikelijke zorg van de CIZ-beleidsregels 2017);
**7..** maatwerkvoorziening: een op de jeugdige of zijn ouders toegesneden jeugdhulpvoorziening die door of namens het college in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt verstrekt op basis van een besluit of beschikking, een verwijzing huisarts, medisch specialist of jeugdarts, of van een functionaris in justitieel kader als bedoeld in de wet (voorheen ook wel individuele voorziening genoemd);
**8..** ondersteuningsplan: Plan waarin de doelen en gewenste resultaten staan beschreven. Dit plan kan als leidraad dienen voor de in te zetten ondersteuning. Bij de verstrekkingvorm pgb is dit plan verplicht om in te vullen door de budgethouder.
**9..** ouder: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder, als bedoeld in artikel 1.1. van de wet
**10..** persoonsgebonden budget (pgb): het persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of ouder, dat hem in staat stelt de jeugdhulp die tot de maatwerkvoorziening behoort van derden te betrekken;
**11..** sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de jeugdige of zijn ouders een sociale relatie onderhoudt, waaronder familieleden die niet in hetzelfde huis wonen, buren, vrienden en kennissen;
**12..** Veilig Thuis: het regionale advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling als bedoeld in artikel 1.1 van de wet;
**13..** wet: Jeugdwet.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van De Verordening Jeugdhulp Gemeente Elburg 2018