1. Het gesprek vindt in principe plaats in de thuissituatie van de jeugdige en/of ouder(s).
Mocht dit niet wenselijk of mogelijk zijn, dan kan het gesprek ook op een andere plek plaats vinden.
2. Het gesprek wordt gevoerd met de jeugdige en/of ouder(s) en/of vertegenwoordiger en indien mogelijk zijn mantelzorger.
Tijdens dit gesprek mag de jeugdige en/of ouder(s), indien de jeugdige en/of ouder(s) dit wenst, een vertrouwenspersoon mee nemen. Een vertrouwenspersoon mag vanwege belangenverstrengeling niet tevens de (beoogd) zorgaanbieder zijn.
3. Indien het in het belang van een herindicatie, herbeoordeling of evaluatie noodzakelijk wordt geacht kan de zorgaanbieder, met instemming van de jeugdige en/of ouder(s), uitgenodigd worden bij (een deel van) het gesprek met de jeugdige en/of ouder(s).
4. In het gesprek bespreekt de sociaal werker de onderwerpen die in artikel 8 van de verordening zijn vastgelegd.
5. De jeugdige en/of ouder(s) dient gegevens te verschaffen die noodzakelijk zijn voor het beoordelen van de aanvraag, zoals medische gegevens.
6. Het opvragen van gegevens mag uitsluitend plaats vinden met toestemming van de jeugdige en/of ouder(s).
Daarbij dient in de toestemmingsverklaring opgenomen te worden wie de gegevens opvraagt, bij wie de gegevens opgevraagd worden, om welke gegevens het gaat en met welk doel.
Ter bevordering van de snelheid in het opvragen van deze gegevens, kan de jeugdige en/of ouder(s) zelf de gewenste gegevens opvragen, met de vermelding welk belang hij heeft bij deze gegevens.